Schil de koolrabi en snijd hem flinterdun, liefst met een mandoline of anders met je scherpste mes.
Meng de plakjes met de karnemelk en een snuf zout, laat 10 min. trekken in de koelkast.
Laat de bonen goed uitlekken en draai ze met knoflook, citroensap, tahin of olijfolie, een snuf zout en een royale draai zwarte peper tot een gladde, luchtige crème.
Voeg eventueel een scheutje water of extra olie toe als de puree te dik blijft. Proef en pas de smaak aan: meer zuur? Meer zout? Romiger, meer olie of tahin?
Rooster de zaden in een droge koekenpan tot ze beginnen te poppen en lichtbruin zijn. Schep ze uit de pan, laat afkoelen.
Roer er het karwijzaad door en een snuf zeezout.
Verdeel de bonenpuree over vier borden. Schep daarop de koolrabiplakjes met wat van de karnemelk.
Bestrooi met de krokante koriander-karwijmix en wat lavas- of selderijblad.