Verwarm de oven voor op 220°C. Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Snijd de bloemkool in roosjes en hussel met wat olie. Leg op de bakplaat en rooster ongeveer 20 minuten. Ze moeten wat kleur hebben, maar mogen nog wel wat stevig zijn. Ze koken straks nog.
Snijd de aubergine in de lengte in plakken. Snijd de wortel in schuine plakjes. Snijd ook de tomaat in plakjes en hak de knoflook fijn. Snijd de ui in halve ringen.
Verhit wat olie in een koekenpan en bak de plakken aubergine aan beide kanten totdat ze mooi bruin zijn. Zet apart. Bak de wortel ook even, zodat ook deze wat kleur krijgt.
Bak de ui goudbruin en voeg dan de kikkererwten toe. Bak ze nog even mee. Zet het vuur uit.
Knip een cirkel uit bakpapier. Hij moet de bodem en iets van de rand van een pan kunnen bedekken. Maak het papier iets vochtig, dan kun je de bodem makkelijker bedekken. Leg op de bodem de plakken aubergine, gevolgd door de plakken tomaat, de wortel, bloemkool, knoflook, kikkererwten en tenslotte de rijst. Druk alles wat aan.
Breng de bouillon aan de kook en meng met de kruiden en het sap van de citroen. Breng op smaak met peper en zout. Giet het over de rijst. Zet de pan met rijst op het vuur en breng rustig aan de kook. Als het pruttelt zet je het vuur laag en doe je de deksel op de pan. Kook een half uur. Zet dan het vuur uit en laat het nog 20 minuten rusten.
Maak ondertussen de tahinsaus. Hak de knoflook fijn. Meng de tahin, water, citroensap, knoflook, wat peper en zout. Doe in een kommetje.
Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan en hak de peterselie.
Als de maqluba 20 minuten gerust heeft, haal je de deksel van de pan en leg je een bord op de pan. Draai de pan om zodat de maqluba op het bord staat. Haal voorzichtig de pan eraf. Je kunt voorzichtig slaan op de pan zodat hij loskomt. Haal het bakpapier eraf.
Strooi de pijnboompitten en peterselie over de maqluba en serveer met de tahinsaus.
