Verwarm de oven voor op 200 graden.
Snijd 2 (kleine) sjalotten en 2 tenen knoflook fijn en fruit deze een paar minuten op matig vuur in een scheutje olie.
Voeg 1 tl sambal oelek toe en fruit kort mee. Voeg vervolgens 300 g gehakt toe en rul tot het bruin is.
Rasp ondertussen een halve winterpeen grof. Voeg toe aan het gehaktmengsel en meng door elkaar.
Voeg nu 1 tl kurkuma, 1 tl ketoembar en 1 verkruimeld runderbouillonblokje toe en roer goed door het gehaktmengsel. Voeg vervolgens 1-2 el ketjap manis en 1 el gula djawa toe. Roer alles goed door elkaar en zet het vuur laag.
Week de soe-oen volgens de verpakking enkele minuten in kokend water en spoel af onder ijskoud water. Zorg dat de soe-oen goed uitgelekt is en meng door het gehaktmengsel. Ontdooi ondertussen de plakjes bladerdeeg.
Steek met een kommetje een ronde vorm uit het bladerdeeg. Vul de bladerdeeg met het gehaktmengsel en vouw dicht. Duw de uiteinden met een vork in zodat het pasteitje goed gesloten is.
Klop in een kommetje 1 eitje los en bestrijk de pasteitjes. Plaats circa 20 minuten (of tot ze goudbruin zijn) in de voorverwarmde oven.
