Verwarm de oven voor op 200 graden.
Maak eerst de zoetzure komkommer. Meng alle ingrediënten in een bakje. Doe het deksel erop, schudden en zet weg tot gebruik.
Snijd de radijsjes in dunne plakjes en zet ze opzij. Snijd de lente-ui in dunne reepjes en leg ze in een bakje met koud water.
Hak de koriander fijn en zet opzij en doe hetzelfde met de pinda's.
Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking en houd zolang warm.
Breek de tempeh met je handen in stukjes.
Verhit twee eetlepels zonnebloemolie in een koekenpan op hoog vuur. Bak de stukjes tempeh goudbruin aan een kant en roer dan even om ook de andere kant bruin te laten bakken.
Schep de goudbruine stukjes tempeh met een schuimspaan uit de pan en laat ze even uitlekken op een stuk keukenpapier. Bestrooi meteen met zout.
Meng voor de marinade de gochujang en alle andere ingrediënten in een ruime kom. Schep er twee eetlepels van de marinade uit in een bakje en zet dat apart.
Hussel de gebakken stukjes tempeh door de rest van de marinade en spreid ze daarna uit over een met bakpapier beklede bakplaat. Laat ze 10 minuten bakken in de voorverwarmde oven.
Verdeel de gekookte rijst over vier kommen. Schep de blokjes tempeh erop en druppel de achtergehouden gochujang-marinade eroverheen. Leg de komkommer en radijsjes aan de zijkant. Bestrooi met de lente-ui, de pinda's en de koriander.
