Om spritsen te bakken maak je een wrijfdeeg. Dit kan met de hand op je aanrecht, maar het kan ook met de mixer met een platte menghaak of vlindergarde. Ik koos voor het laatste.
Doe de boter en de basterdsuiker in de kom van een staande mixer en mix tot het geheel wittig is geworden en zalvig aanvoelt, dat duurt zeker 3 minuten, misschien wel langer.
Voeg nu de overige ingrediënten toe en mix nogmaals voor enkele minuten tot alles vermengd is en je een samenhangend deeg hebt.
Doe het deeg in de spuitzak met gekartelde spuitmond (1M bijvoorbeeld, de spuitmond moet in ieder geval groot genoeg zijn) en spuit jouw gewenste vorm sprits op een met bakpapier beklede bakplaat.
Hou de spuitzak recht boven de bakplaat als je de spritsen op spuit en spuit ze compact. Gebruik voor iedere sprits hetzelfde formaat en dezelfde vorm, zodat de baktijd voor ieder koekje gelijk is. Ik maakte de speculaas spritsen rond en drukte een pecannoot in het midden.
Bak de koekjes in 15-20 minuten goudbruin op 180 C° (boven- en onderwamte). De baktijd is afhankelijk van het formaat, maar een goed gebakken sprits herken je aan de randjes die mooi goudbruin zijn geworden en het koekje zelf goudgeel is.
