Spoel de zalm af met koud water en controleer op nog eventueel aanwezige graten.
Meng in een schaal 100 gram bruine basterdsuiker en 100 gram keukenzout. Leg een dun laagje van dit mengsel in een braadslede. Leg dille en vervolgens de zalm met de huid naar beneden in de braadslede. Op de zalm gaan weer dilletakjes en daarna de rest van het suiker-zout.
Dek het geheel af met huishoudfolie en laat het 24 uur in de koelkast staan.
Na 24 uur spoel je de zalm af, dep je het droog en leg je het terug in een schone braadslede. Laat dit nog 24 uur onafgedekt in de koelkast staan.
Voor het roken gaan we eerst de Cold Smoke Generator vullen met de fijne beuken houtmot. Strijk de bovenkant glad af maar druk de mot niet aan.
De generator staat het meest stabiel door deze onderin de kamado in een kick ash basket te plaatsen.
Zet de kamado onderin ongeveer voor ⅓ open en de topvent bovenin op een kiertje. Van onderuit wil je voldoende zuurstof toevoer en bovenin niet dat de rook direct weg gaat. De mot kun je aansteken door er een brandend waxinelichtje onder te plaatsen, maar een (crème brûlée) gasbrandertje is makkelijker. Richt deze op de mot tot deze begint te gloeien. Plaats het RVS rooster en hier bovenop de zalm met de huid naar beneden. Sluit de EGG en controleer na 15 minuten of de houtmot goed op gang is gekomen. Als dit het geval is, zal de Cold Smoke Generator doorgaans keurig tot het einde zijn werk blijven doen.
Na 10 uur zal het rookmot ver zijn opgebrand en kunnen we de zalm van het rooster halen. Ondanks dat het heel aantrekkelijk is om meteen te proeven, is het beter om de zalm te laten rusten. Twee dagen goed ingepakt in de koelkast zal er voor zorgen dat de smaken verder intrekken. Dit rusten kan in een vacuüm verpakking, maar inpakken in huishoudfolie is ook al voldoende.
