Doe de bloem in een kom samen met het lauwwarme water en kneed met een handmixer (met deeghaak) tot een zachte deegbal ongeveer 5 minuten. Verdeel het deeg in 12 gelijke stukjes (ongeveer 38 g per stuk). Vouw elk stukje deeg tot een mooi ronde deegbal. Trek steeds een stukje deeg van het midden weg en vouw weer terug naar het midden. Doe dit een heel rondje en ga door tot er een mooi rondje ontstaat. Knijp het deeg goed samen met je vingers in het midden, tot een stevige bal. Plet de bal een beetje tussen je handen. Doe wat bloem in een bakje en druk hier de bal in tot het helemaal bedekt is met bloem. Doe dit ook met de rest van het deeg. Leg alle deegballetjes op een bord en dek af met een schone theedoek. Laat 30 minuten rusten.
Rol elk deegballetje uit met een deegroller tot je een dunne ronde pannenkoek krijgt van ongeveer 20 x 20 cm. Bestuif flink met bloem zodat het niet blijft plakken.
Maak de koekenpan eerst goed heet en zet het vuur dan wat lager. Leg de pannenkoek in de pan en bak aan beiden kanten voor ongeveer 2 minuten bruin. Er kunnen luchtbellen ontstaan. Druk deze dan wat naar beneden met een houten lepel. Haal de roti uit de pan en leg op een bord. Besmeer de bovenkant meteen met wat gesmolten plantaardige boter. Ga zo verder tot alle 12 roti’s klaar zijn.
