Haal het vlees een uur voor het aanbraden al uit de koelkast zodat het op temperatuur kan komen.
Pel de ui en knoflook en snijd ze in niet te kleine stukjes.
Schil en was de knolselderij en snijd deze net als de wortel in stukjes.
Plet met de platte kant van een mes of de onderkant van een potje de jeneverbessen zodat er meer smaak uit kan komen.
Kruid het vlees met zout en peper.
Meng op een bordje het paprikapoeder met de bloem en wentel het vlees aan beide kanten door de bloem.
Verhit de olie en boter in een braadpan met dikke bodem en bak de sucadelapjes even kort om en om aan zodat ze een mooie bruine kleur hebben.
Neem het vlees uit de pan en leg het even op een bordje.
Bak nu de ui, knoflook, wortel en knolselderij even kort aan in het overgebleven bakvet.
Voeg de tomatenpuree toe en laat dit rustig roerend en omscheppend 1 minuutje meebakken.
Voeg de kruiden toe en giet de wijn, het water en worcestershire erbij.
Leg het vlees nu weer terug in de pan en breng het geheel tegen de kook.
Zet het vuur nu zo laag dat de vloeistof nog net heel zachtjes pruttelt.
Zet het deksel op de pan en laat het tenminste 3 uur zachtjes garen.
Schep het vlees voorzichtig uit de pan en houd het even warm op een schaal onder aluminiumfolie of in de oven.
Giet de heerlijke jus door een zeef in een schone pan en breng opnieuw aan de kook.
Proef de jus en breng eventueel op smaak met eventueel zout en peper.
Voeg een beetje bruine basterdsuiker toe om de smaak iets ‘ronder’ te maken.
Roer maïzena aan met een scheutje koud water en giet dit al roerend bij de jus.
