Meng bloem, suiker, vanillesuiker, citroenrasp, gist en zout in een grote kom. Voeg de melk, boter en het ei toe. Kneed het mengsel goed door tot er een zacht en soepel deeg ontstaat. Maak er na +/- 10 minuten kneden een bal van. Doe die terug in de kom en dek af met plasticfolie. Laat minimaal 30 minuten rijzen.
Verdeel het deeg in zes gelijke stukken. Draai daar bollen van en druk die plat. In het midden van elk stuk deeg doe je ongeveer 1 eetlepel pruimenjam. Vouw ze één voor één dicht en draai er een bol van. Leg de bollen op een bakplaat, bedek deze met een schone theedoek en laat nog eens 30 minuten rijzen.
Halveer het vanillestokje en schraap het merg eruit. Doe beide samen met de melk en 1 eetlepel suiker in de pan. Verwarm het mengsel op laag vuur. Meng de rest van de suiker met de eidooiers. Giet de melk nu langzaam en onder voortdurend kloppen (met een garde) bij de eidooiers. Doe het mengsel terug in de pan en blijf roeren tot er een gladde vla ontstaat. Vergeet de bodem niet!! Haal de pan van het vuur en zet de vanillesaus apart.
Gaar de Germknödels door te stomen of te koken. Koken gaat het snelst, na 10 tot 15 minuten zijn de Knödels gaar. Stomen duurt +/- 15 minuten.
Meng de suiker en maanzaad in een vijzel tot een grof poeder.
Pak een bord en leg hier een Germknödel op. Schep er een flinke lepel vanillesaus overheen en bestrooi met wat maanzaadsuiker.
