Verwarm de oven op 200 graden. Leg de kerstomaatjes in een ovenschaaltje en besprenkel met olie en zout. Rooster 5 tot 10 minuten in de oven tot ze poffen.
Verhit de olijfolie in een grote koekenpan. Fruit de sjalot 5 minuten, bak de knoflook 1 minuut mee en giet dan de passata erbij. Breng aan de kook, draai het vuur iets omlaag en laat 20 minuten pruttelen en inkoken.
Voeg na 10 minuten kooktijd de zongedroogde tomaatjes, zwarte olijven en kapperappeltjes toe.
Blancheer de cavolo nero kort in heet water en haal dan eruit; ze hebben niet lang nodig. Je kunt ze ook even kort bakken in een koekenpan met een drupje water, zoals je spinazie bakt.
Kook de orechiette in een ruime pan water in circa 10 minuten beetgaar. Giet af en vang daarbij een scheut kookwater op. Roer de orechiette, cavolo nero en indien gewenst wat kookwater door de saus. Proef en breng indien nodig op smaak met zout en peper.
Serveer het gerecht met basilicumblaadjes en de Parmezaanse kaas erop.
