Kruid de ribblappen met zout, peper en de nootmuskaat. Verhit in een (liefst gietijzeren) koekenpan de olijfolie. Bak op hoog vuur de ribblappen rondom goed donkerbruin. Schep het vlees vervolgens in de slowcooker.
Zet het vuur laag en bak in de achtergebleven bakvet de ui, knoflook, het venkelzaad en de rode peper 5 minuten tot de ui zacht is. Schep de hele pan leeg in de slowcooker.
Voeg de tomaten, amarone, laurier en tijm toe. Giet de runderfond erbij en leg het deksel erop.
Zet de slowcooker aan: 6 uur op low.
Neem het vlees uit de pan en trek het met twee vorken uit elkaar. Vis de kruiden uit het stoofvocht en giet het over in een sauspan. Kook de saus in tot ongeveer de helft overblijft.
Meng dan het vlees erdoor en breng de vleessaus op smaak met zout en misschien een beetje suiker.
Breng voor de pasta een grote pan met gezouten water aan de kook. Kook de bucatini zo gaar als je zelf lekker vindt.
Verhit in een grote pan de saus en roer de gekookte pasta hierdoor. Misschien moet je wat pastawater toevoegen. Roer de helft van de geraspte Parmezaanse kaas erdoor en voeg ook de boter toe.
Serveer de pasta met de rest van de Parmezaanse kaas en een fikse draai zwarte peper.